Beerschoten 1869

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanaf de Franse Tijd trok de familie Van Loon, door Koning Willem I in de
adelstand verheven, vooral naar de gebieden ten oosten van Amsterdam. Het waren
economisch zware jaren, waarin veel oude families zware klappen kregen, of opliepen. De familie
was aanvankelijk nog zodanig kapitaalkrachtig dat Mr. Jan Willem van Loon
(1767-1839), een zoon van Willem van Loon die op Boom en Bosch vertoefde,
in 1810 voor een totaalbedrag van f 138.755 gulden [=tegenwoordig meer dan 7
miljoen euro] in één klap de Bildtse buitenplaatsen Beerschoten, Vollenhove,
Den Eijck en Klein Beerschoten kon kopen. Deze buitenplaatsen maakten deel uit
van de zogenaamde Stichtse Lustwarande, een zeer fraaie aaneenschakeling van
landgoederen en buitenplaatsen langs de hoofdwegen op de Utrechtse heuvelrug.
Jan-Willem Van Loon ging zelf op Vollenhove wonen, een buiten dat door de
vorige eigenaar helemaal volgens de nieuwste klassieke mode was gerenoveerd.
Helaas mocht het buitenplezier hier niet lang duren. Financiële moeilijkheden
kunnen de reden geweest zijn dat in 1815 Vollenhove werd verkocht en in 1816
ook Beerschoten van de hand werd gedaan.