De familie Van Loon

De geschiedenis van de familie Van Loon is sterk verbonden met het ontstaan van de Republiek der Verenigde Nederlanden, de Gouden Eeuw en de ontwikkeling van Amsterdam als centrum van handel en politieke macht. Sinds de eerste vermelding van de familie in 1416 maakte de familie deel uit van de bestuurlijke en economische elite.

De oorsprong van de familie Van Loon ligt in de Noord-Brabantse plaats Loon op Zand. Hier bezat de familie in de veertiende en vijftiende eeuw het recht om een molen te hebben. Aan het einde van de vijftiende eeuw vestigde de familie zich in ’s-Hertogenbosch in het nog steeds bestaande huis De Berebyt in de Peperstraat. In 1571 vluchtte de familie om godsdienstige redenen naar Rotterdam. Ook commerciële overwegingen zullen wellicht een rol hebben gespeeld. Willem van Loon (1537 – 1618) ontwikkelde zich van haring- en bokkingkoper tot gerespecteerd koopman. Deze handel verklaart ook het nieuwe wapen van de familie. Op een zilveren boekband uit het einde van de zestiende eeuw bestaat het wapen uit een drietal kruizen en twee naar elkaar toekijkende moren.

Familiewapen van Loon

In ’s-Hertogenbosch gebruikte de familie nog een wapen met slechts de kruizen, zogenaamde molenijzers, een verwijzing naar het molenrecht dat de familie bezat in Loon op Zand. In de zestiende eeuw moeten de moren zijn toegevoegd als symbool voor de handel van Willem van Loon op de Levant en Constantinopel.

Zijn activiteiten als koopman combineerde Willem van Loon met politieke activiteiten. Een belangrijke rol daarin speelde het huwelijk van zijn zoon Hans van Loon (1577 – 1658) in 1597 met Anna Ruychaver. De familie Ruychaver was verwant aan oude Noord-Hollandse families als Brederode en Van Duivenvoorde en was actief in de opstand tegen Spanje. Een oom van Anna, Nicolaes Ruychaver, kwam als geuzenleider om bij de aanslag op Amsterdam in 1577 en haar grootvader Van der Laen was burgemeester van Haarlem tijdens het beleg in 1572. De familie Van Loon beschikte door dit huwelijk over belangrijke contacten. De namen in het Album Amicorum, gebonden in de prachtige zilveren boekband uit de zestiende eeuw, tonen dit aan.

Zilveren boekband

 

 

 

 

 

 

 

Medeoprichters van de VOC

Willem van Loon

Ook zakelijk ging het de familie voor de wind. Willem van Loon behoorde in 1602 tot de oprichters van de V.O.C. Zijn naam staat geschreven in het octrooi dat in 1602 werd verleend door de Staten Generaal. Hoewel Willem van Loon in Rotterdam woonde, investeerde hij vooral in de Amsterdamse kamer van de V.O.C. Om de belangen van de familie in het oog te houden vestigde zijn zoon Hans zich in 1604 in Amsterdam. Hij was zeer actief, onder meer in scheepsverzekeringen. Een van de oudst bewaard gebleven polissen uit 1615 leverde hem een winst op van zesenzestig gulden en vijftien cent.  In 1627 kocht hij het fraaie pand Keizersgracht 149, De Koning van Zweden, voor 11900,- gulden. In 1628 werd hij bewindhebber van de V.O.C., een functie die hij tot zijn dood in 1658 zou blijven vervullen, een absoluut record.

Hans van Loon was een goede vader voor zijn acht kinderen. Hij betaalde de kosten van de bruiloft en gaf daarnaast ieder kind dertigduizend gulden. De huwelijken van zijn kinderen versterkten de positie van de familie.

Hans van Loon

Zo trouwde zijn dochter met advocaat Dirck Graswinckel en zijn zoon Nicolaes (1602 – 1675) met Emerentia van Veen, eveneens afkomstig uit een Oudhollands adellijk geslacht. Zoon Willem, vernoemd naar zijn vader, trouwde voor de eerste maal met Maria Geelvinck, dochter van een burgemeester. Het was dankzij deze huwelijken dat het de familie Van Loon lukte om lid te worden van de Amsterdamse vroedschap, de stadsregering. Slechts drie families van buiten Amsterdam wisten dit lidmaatschap voor 1650 te verwerven.

Zich bewust van hun positie lieten de broers Adriaen (1631 – 1722) en Willem (1633 – 1695) van Loon twee dubbele grachtenhuizen bouwen in de Gouden Bocht van de Herengracht. Op een schilderij van Berckheyde staan de huizen te glanzen in de zon en met enige fantasie lijkt het of de broers trots poseren voor hun nieuwe aanwinst.

Gouden Bocht (Berckheyde)

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat het vertrouwen in Willem groot was blijkt ook uit het portret dat zijn familie van hem als jongetje laat schilderen. Hierop is de kleine Willem in rouwkleding afgebeeld.

Willem van Loon

Zijn initialen staan op het hartvormige medaillon, terwijl aan zijn sjerp een geuzenpenning hangt, een verwijzing naar zijn oud-oudoom Willem Ruychaver, een geuzengeneraal. Willem van Loon werd in 1686 benoemd tot burgemeester van de stad. Zijn broer Adriaen hield meer van het buitenleven. Hij bewoonde de buitenplaats Oosteinde uit het bezit van de Ruychavers.

Jan van Loon (1677-1763) combineerde ook taken als bestuurder met zakelijke belangen. Curieus is het verhaal van de schrijver Bicker Raye. Na een rijtuigongeluk brak Jan van Loon zijn been. Omdat de wond niet wilde helen, moest hij zijn been laten afzetten. Hij besloot zijn been te begraven in de Westerkerk, maar zelf werd hij begraven in de Nieuwe Kerk. Zoon Willem van Loon (1707 – 1786) was erg geïnteresseerd in de genealogie van zijn familie. Verwonderlijk was dit niet, omdat zowel zijn vader als zijn moeder een Van Loon was.

De Bataafse Republiek gevolgd door het Koninkrijk Holland en de Franse Tijd brachten grote omwentelingen met zich mee. Niet alleen verloor de familie haar aanspraak op de macht, ook eisten financiële perikelen hun tol. In de collectie zijn dan ook geen portretten aanwezig van Jan Willem van Loon (1767 – 1842). Dat is een gemis, want juist Jan Willem van Loon werd in 1822 door Koning Willem I in de adelstand verheven. De verheffing dankte de familie aan haar lidmaatschap van de vroedschap gedurende opeenvolgende generaties.

Huwelijkspolitiek

Zoon Willem van Loon (1794 – 1847) liet zich wel weer portretteren en wel door de befaamde schilder Charles Hodges. Ongetwijfeld zal het kapitaal van zijn vrouw Anna van Winter hierbij een rol hebben gespeeld. Zij was de dochter van een rijke verfhandelaar en bracht een grote verzameling zeventiende-eeuwse schilderijen mee. Willem en Anna bewoonden als laatsten het familiehuis Herengracht 499. Voor het buitenleven schaften zij de buitenplaats Schaep & Burgh aan in ’s-Graveland, thans het hoofdkantoor van de Vereniging Natuurmonumenten.

Zoon Hendrik van Loon trouwde eveneens een kapitaalkrachtige vrouw: Louise Borski. Dankzij haar kapitaal konden Hendrik en Louise zich een buitengewoon mondaine levensstijl permitteren. Naast een groot huis aan de Herengracht, nummer 502, thans de ambtswoning van de burgemeester, bouwden zij het immense landgoed Hydepark bij Doorn en schaften zij de villa Beaulieu in Cannes aan voor het winterseizoen.

Het Museum Van Loon

Voor hun zoon Willem Hendrik (1855 – 1935) en schoondochter Thora Egidius kochten zij in 1884 Keizersgracht 672 als huwelijksgeschenk. Ook in de negentiende eeuw werd het huis al wat groot gevonden voor een pasgetrouwd stel. Het huis diende dan ook niet alleen voor het gezinsleven, maar ook voor het ontvangen van zakenrelaties. Willem Hendrik van Loon stond aan het hoofd van de bank Hope & Co, later Van Loon & Co, die dankzij de familie Borski in het bezit was gekomen van de familie Van Loon. Het huis speelde ook een belangrijke rol bij de benoeming van Thora van Loon – Egidius tot Dame du Palais van Koningin Wilhelmina in 1897. Deze benoeming dankte zij aan haar aangetrouwde tante Henriëtte Insinger – van Loon, Dame du Palais van Koningin Emma èn aan het fraaie huis.

Museum Van Loon

Het huis, thans het Museum Van Loon, ruim twee eeuwen oud, was uitstekend geschikt voor de huishouding van het echtpaar met twee kinderen, Henk en Daisy, en hun personeel. Willem Hendrik van Loon had als bijnaam de sphinx van de Amsterdamse beurs vanwege zijn zwijgzame karakter en omdat hij zich nimmer tot uitspraken liet verleiden over het stijgen of dalen van de koersen van de beurs. Zoon Henk was de eerste die na driehonderd jaar de gracht verliet en een groot huis “Zevenende” liet bouwen in Laren door de bekende architect Hamdorff. Daar groeide Maurits van Loon (1923 – 2006) op. Door de vele bezoeken aan zijn grootmoeder Van Loon kreeg Maurits toch een sterke band met Amsterdam en de geschiedenis van de familie Van Loon. Als herinnering aan zijn grootouders opende hij Keizersgracht 672 in 1973 voor het publiek. Tot zijn overlijden in 2006 bewoonde hij de bovenste verdiepingen van het huis. Als eerste Van Loon koos hij niet voor een carrière als koopman of bankier, maar werd archeoloog en was als hoogleraar verbonden aan de  Universiteit van Amsterdam.